Van EK 2004 naar nu: waarom een ander shirt misschien ook om ander voetbal vraagt

Oranje op EK 2004: route, halve finale en lessen | VN
Praat mee!

Dat Nederland op dit WK opnieuw zonder het logo op het hart speelt, roept herinneringen op aan de laatste keer dat dat gebeurde: Het EK 2004 in Portugal. Het was destijds een opvallend shirtontwerp, maar vooral ook een toernooi waarin Oranje zich via een grillige route naar de halve finale knokte. Hoe verliep dit avontuur van Nederland in Portugal? VoetbalNieuws duikt de geschiedenisboeken in!

Onder bondscoach Dick Advocaat begon Nederland het toernooi direct met een klassieker tegen Duitsland. Lange tijd leek Oranje te verliezen, maar diep in de slotfase zorgde Ruud van Nistelrooy alsnog voor de 1-1. Daarmee bleef Nederland direct in leven in een zware poule.

De tweede groepswedstrijd tegen Tsjechië groeide uit tot een van de meest besproken duels van dat EK. Oranje schoot uit de startblokken en stond al snel met 2-0 voor dankzij doelpunten van Wilfred Bouma en opnieuw Van Nistelrooy. Toch kantelde de wedstrijd volledig en won Tsjechië uiteindelijk met 3-2. Vooral de wissels van Advocaat werden na afloop veel besproken.

Daardoor moest Nederland in de laatste groepswedstrijd winnen van Letland om door te gaan. Dat gebeurde overtuigend: Oranje won met 3-0 en plaatste zich alsnog voor de kwartfinales.

In de knock-outfase wachtte Zweden. Na 120 minuten zonder doelpunten trok Nederland de strafschoppenserie naar zich toe en bereikte het de halve finale. Daar bleek gastland Portugal uiteindelijk te sterk. Oranje verloor met 2-1 en strandde zo vlak voor de laatste ronde.

Ondanks de wisselvalligheid bleef één ding dat hele toernooi overeind: Nederland speelde consequent in 4-3-3, het systeem dat jarenlang onderdeel is van de nationale voetbalidentiteit.

Logo van het hart: 433 van het hart


Nu Oranje opnieuw zonder logo op het hart speelt, krijgt dat detail onbedoeld een symbolische lading. Want misschien past bij een afwijkend shirt ook een afwijkende voetbalvisie.

De huidige selectie lijkt namelijk niet vanzelfsprekend gebouwd voor het traditionele 4-3-3. Op de vleugels ontbreekt absolute topkwaliteit, terwijl juist achterin en op het middenveld de meeste internationale klasse aanwezig is. Met spelers als Virgil van Dijk, Denzel Dumfries, Frenkie de Jong, Ryan Gravenberch en Tijjani Reijnders ligt de kracht van Oranje misschien juist in controle en stabiliteit.

Juist tegen toplanden zou het logisch kunnen zijn om afstand te nemen van de heilige 4-3-3 en te bouwen vanuit defensieve zekerheid en middenveldcontrole. Niet uit angst, maar omdat de selectie daar op dit moment simpelweg beter bij past. Misschien vraagt modern topvoetbal soms om hetzelfde als een shirt zonder logo op het hart: durven loslaten wat altijd vanzelfsprekend leek.

Oranje op EK 2004: route, halve finale en lessen | VN